De grafsierder [2]

Carl zweeg. Hij liep naar de grote plattegrond aan de muur die zijn vriend Thomy, een gepensioneerd spoorwachter, vorig jaar voor hem gemaakt had. “Thom, wil jij even de spelden pakken? Middelste la van mijn bureau, achterste vakje”, sprak hij tegen de plattegrond. Thomy hoorde hem desondanks en deed wat hem gevraagd werd. Hij overhandigde het doosje kopspelden aan Carl, die het geopend op het tafeltje naast de plattegrond plaatste. Met in zijn linkerhand zijn agendaboekje, haalde hij met zijn rechterhand speld na speld uit het doosje en prikte deze vervolgens met uiterste concentratie op de graven die in de plattegrond waren getekend. Thomy wist direct wat de bedoeling was. Een gevoel van trots vervulde hem. Ze waren op zoek naar een patróón. Een regelmaat, een route, een verband – net zoals de rechercheurs van zijn favoriete televisieserie ‘Pandori’ moorden onderzoeken. En oplossen!

Maar waar Thomy bij de eerste spelden nog wiskundige figuren, en later een asymmetrische pinguïn, meende te ontwaren, zag hij geen enkele vorm meer toen Carl alle spelden, 67 stuks, had geplaatst. Ook Carl, die nu op enige afstand van de plattegrond, naast Thomy had plaatsgenomen, zag het niet.

“Kom Thomy,” sprak Carl. “Huh?” reageerde Thomy heel begrijpelijk. Carl hielp hem uit de droom: “We gaan de route lopen.” Thomy voelde de opwinding van het avontuur weer terugvloeien in zijn lijf. Wie wist wat ze zouden ontdekken! Misschien alsnog lijn in de zaak? Alleen zwarte grafstenen, op volgorde van geboortedatum misschien? Of alleen vrouwen die op hun drieënzestigste waren overleden? Misschien de plotselinge overlijdens? De vierdedagbegrafenissen? Tientallen ideeën voor een mogelijke samenhang schoten Thomy door het hoofd terwijl hij achter Carl aan liep, richting 1263.

Graf 1263 lag er mooi bij, constateerden Carl en Thomy. De zerk zag er bijna als nieuw uit. Dat wás de zwartmarmeren steen niet. ‘Rust zacht Rinx – Rinx Parelvlijt – 1 augustus 1920 – 12 maart 1947’ stond er in de uitgebeitelde, en nu heel goed leesbare letters. Rondom de grafsteen stonden schoenlappersplanten en zodeklokjes. “Campanula cochleariifolia”, zei Carl. “Wat?”, vroeg Thomy, die even dacht dat Carl een geheime spreuk gemurmeld had. “Campanula cochleariifolia”, herhaalde Carl, dat is de Latijnse naam voor het zodeklokje. “Ah, zo”, zei Thomy, die het zodeklokje wel kende, maar minder onderlegd was in de Latijnse plantennamen. “Kom Thomy”, gebaarde Carl, nadat hij iets in zijn agendaboekje had gekrabbeld. “We gaan eens even bij 329 kijken. Als we hier doorsteken door het gat in de buxus sempervirens zijn we er zo.”

Advertenties

3 Reacties op “De grafsierder [2]

  1. Deel 3 kan doorkomen hoor,ben er helemaal klaar voor…;-)

  2. Ik waag een sprintje naar nummer 3!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s