De grafsierder [3]

Aangekomen bij graf nummer drie – twee – negen (Carl sprak de grafnummers cijfer voor cijfer uit), constateerden ze al snel dat het van eenzelfde laken een pak was hier. Tenminste, zo formuleerde Carl het. Ook graf 329 lag er keurig bij: zerk en de grafsteen glimmend schoon. En ook hier was de border vers beplant, met Scheefkelk en Vrouwenmantel. Het was het graf van Drecht van Weyxier, volgens de op de grafsteen geplakte goudkleurige letters. ‘Je blijft altijd onder ons’, stond eronder. En dan de data: 12 januari 1847 – 8 november 1860. Bij de eerste datum stond een sterretje, bij de tweede een kruisje. Carl maakte weer een notitie in zijn agendaboekje. Aan de rimpels in het voorhoofd van Thomy kon men zien dat hij aan het peinzen was.

Carl en Thomy liepen van graf naar graf. Bij elk graf hielden ze even stil om feiten en eventueel opvallende zaken te signaleren. Thomy zag weinig bijzonderheden, behalve dat ieder graf dat ze bezochten er bijzonder fraai bij lag. Bij elke grafsteen, maakte Carl een aantekening in zijn boekje. Veel zeiden ze niet tegen elkaar. Thomy wilde niets vragen, hij wilde vooral zelf waarnemen. Bovendien leek het hem niet gunstig Carl te storen in zijn concentratie.

Bij grafnummer vier-drie-een, het achtste graf, waar ze halt hielden, sloeg Carl, nadat hij weer een notitie had gemaakt, met een ferme klap zijn boekje dicht. “We zijn eruit, Thom. We gaan terug naar kantoor.” Thom had helemaal niet het idee dat ze eruit waren. Althans, híj was helemaal nergens uit. Acht keurig aangeharkte graven hadden ze gezien. Mannen, vrouwen. Deze eeuw overleden, vorige eeuw overleden, dure graven, eenvoudige graven, rode stenen, zwarte stenen, even nummers, oneven nummers. Het duizelde Thom. Wat zou Carl opgemerkt hebben wat hij niet had opgemerkt?

Lang hoefde Thomy niet op het antwoord op die vraag te wachten. Nog maar amper waren ze het kantoor binnen getreden of Carl zei: “Madame Brille!”. “Hoe bedoel je Carl?”, vroeg Thomy, die er nu echt helemaal niets meer van begreep. “Bedoel je dat schoonmaakmiddel van die reclame van Neem madam brielle, als het vuil niet weg wielle?” Thomy zong die aanprijzing op de wijze zoals deze vroeger zo vaak op de radio te horen was geweest: Nederlands met een zwaar Frans accent. “Precies, Thomy,” antwoordde Carl. “Díe Madame Brille bedoel ik. Alle graven waar we zojuist langs gelopen zijn, zijn gepoetst met Madame Brille. Heb je die geur, van gist uit hommelnesten vermengd met Lavandula angustifolia, niet herkend? Ik rook het al direct bij 1238.” Hoewel Thomy in het geheel niets geroken had, zei hij: “Ja, nu je het zegt Carl. Het rook naar Madame Brille. Mijn moeder gebruikte dat ook altijd. Voor hardnekkig vuil geloof ik. Maar, Carl, wat zegt dat nou helemaal?” Carl zweeg even. “Niets, Thomy”, antwoordde hij toen. “Niets, niets, en helemaal niets. En dat is eigenlijk heel mooi. Heel mooi, Thomy.”

Advertenties

Een Reactie op “De grafsierder [3]

  1. Leuke intrige à la Sherlock Holmes!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s